Spiritueel Management
Ernest Spronck in de periode april 2010 - april 2011 over het wat en hoe van spiritueel management, mede naar aanleiding van actualiteiten en vigerende opvattingen
De zelfredzaamheid van de planeet aarde. "De planeet kan wel voor zichzelf zorgen", zegt Frank Kalshoven, Gronings economieprofessor en directeur van de Argumentenfabriek, in de Volkskrant van zaterdag 20 maart 2010. De planeet gaat al 5 miljard jaar mee en heeft al heel wat kosmologische rampen en revoluties doorstaan. "Of co'2-reductie bij het redden van de mensen zo belangrijk is, dat is bekeken vanuit geologisch perspectief nog maar helemaal de vraag". Evoluties beginnen elke keer gewoon weer opnieuw. De mens met zijn ecologisch wangedrag kan de planeet heus niet deren. De mens heeft er alleen maar zichzelf mee. "Save the planet is onzin. Save the people is eerlijker". Misschien is dat zo. Misschien ook niet. Zestig jaar geleden grepen nog maar 2 miljard mensen in in de kosmos. Nu zijn zijn we er met zijn ruim 6 miljard!!! De verkrachtingen van de planeet gaan dus in fiks vermeerderde mate door. Het kan heel goed zijn dat de impact van die zes miljard mensen nu al fiks inbreuk heeft gedaan of nu begint te doen op die aardse zelfredzaamheid. Dat kan ook Kalshoven niet weten. De aarde heeft óns miet nodig maar wij hebben wel de aarde nodig. Stelt Kalshoven ook. Helemaal mee eens! Dat kan de aanzet zijn voor eerbied voor en dankbaarheid jegens Planeet Moeder Aarde. En dit weer de aanzet voor een andere omgang met haar gaven. Maar dat is geen logische stap. Het vraagt om een geestelijke evolutionaire sprong.
Respect als centrale waarde. Staat ongeveer gelijk aan de christelijke goddelijke deugd Liefde, de boeddhistische Compassie, en de platoonse idee van het Goede. Het gaat om aandacht en zorg. Natuurlijk voor mensen zoals medewerkers, klanten en leveranciers. Maar evenzogoed voor het milieu en andere zaken. Zoals: materialen, hulpmiddelen, voorgeschreven werkwijzen en procedures.
Openheid als centrale waarde. Openheid is open staan voor belangen van anderen. Helemaal onbevangen open staan. Voor alle rechtvaardige belangen. Dat is heel wat. Eigen belangen en belangen van anderen worden oprecht en zorgvuldig tegen mekaar afgewogen. Het is de bereidheid en het vermogen om het individuele en collectieve egoïsme dat ons doorgaans zo in zijn greep heeft volledig los te laten of minstens zo lang mogelijk op te schorten. Allereerst stellen betrokkenen zich de vraag: wat willen wij voor onszelf bereiken met wat we nu gaan besluiten of waar we mee bezig zijn? Dan vragen ze zich af: wie heeft en hebben hier wel of niet iets aan en wat zijn voor anderen op welke termijn positieve en negatieve effecten? Zorgvuldig wordt het een en het ander tegen elkaar afgewogen. Het is een kalibrerende pendelbeweging tussen ik en wij en de ander en de anderen. Heel waarschijnlijk komen de vermeende eigenbelangen zodanig in een ander daglicht te staan, dat er meer of andere zaken aan de orde en in het spel blijken te zijn of moeten zijn. Openheid is een uitgebreide en aandachtige manier van tot tien tellen. Openheid is openstaan voor de waarde van de echte belangen van anderen en voor de betekenis die die belangen voor ons hebben. Ze loop enigszins paralel aan de christelijke Hoop. de boedhistische Onthechtheid en het Platoonse idee van het Schone.
Openheid is bijvoorbeeld eerlijkheid. Eerlijkheid over de eigen belangen. B.v. over ter beschikking gestelde informaties. Zo deelt het RDC, een van de marketing- en informatiecentra van de personenautobranche, ons mee: de gemiddelde co-2-uitstoot van nieuw verkochte personenauto's in Nederland daalt al jaren in flink tempo. Maar een van de onderzoekers van het RDC zegt zelf: deze analyse is uitgevoerd op basis van fabrieksgegevens. Een zogenaamd zuinige auto met ongeveer 100 gram co-2-uitstoot per kilometer verbruikt in werkelijkheid tot 45 % meer brandstof dan hij volgens de fabrieksgegevens zou moeten (Bron: volkskrant woensdag 24 maart 2010). Is dit niet marchanderen met gegevens? Belang van de autoverkoper: meer kleine en zuinige auto's verkopen. Belang van de autokoper: milieu-vriendelijker autorijden. Ondergraaft openheid de kans op winstgevend zaken doen? Dat hoeft niet, denk ik. Als we maar dusdanig produceren en dienstverlenen dat we eerlijk kunnen zijn over onze aanbiedingen. En dat is een lastig en pijnlijk punt in de produktiewijze zoals die in het westers kapitalisme gegroeid is.
Schijnopenheid. Openheid is bepaald iets anders dan handjeklap. We kunnen onze economie ook een lobby-economie noemen. Economische bedrijvigheid hangt voor een groot deel van lobbiisme aan elkaar. Met vaak fatale gevolgen. Zie b.v. de kongsies tussen elkaar de bal toespelende toezichthouders, beoordelaars en bankiers die in belangrijke mate aan de kredietkrisis hebben bijgedragen. Een nog recenter staaltje hiervan is de lange lobby-geschiedenis die aan de BP-ramp voor de kust van Louisiana vooraf is gegaan. Vaak gebeurt deze schijn-openheid en dit gebrek aan waarachtige openheid niet echt opzettelijk. Het is onderdeel van een vaak niet-besefte cultuur. Dit is het gevaarlijke ervan en het immorele. Wat niet wordt beseft kan ook niet worden bijgestuurd. Openheid betekent echte transparantie. geen nep-transparantie. Openheid betekent elkaars verantwoordelijkheden benoemen en aanspreken en de eigen verantwoordelijkheden nakomen.
Wijsheid als centrale waarde. Wijsheid is besef, bewustheid. Beseffen dat we iets aan het doen zijn of iets nalaten. besef van wat we aan het doen of het nalaten zijn. Beseffen dat we voelen, denken en willen, en besef van wat we denken, voelen en willen. Dit gaat veel verder dan dan ons dagelijkse bewustzijn en onze gactiveerde kennis van zaken en echte of vermeende professionaliteit. Er kunnen binnen een organisatie of netwerk grote verschillen zijn in besef. Wijsheid is ook een combinatie van bescheidenheid en vertrouwen. In veel van wat we denken te weten zit veel niet-weten. En in veel van wat we niet-weten zit veel te ontginnen wel-weten.
Wijsheid en inzicht. Wijsheid is iets anders dan inzicht. Wijsheid is een geestesgesteldheid. Inzicht is een zaak van goed of minder goed geïnformeerd zijn , van opvattingen en ideeën, die goed of minder goed onderbouwd zijn of moreel verantwoord of verwerpelijk. Het een heeft natuurlijk wel met het ander te maken. Wijsheid is: gedragen worden door verantwoorde en inspirerende ideeën met tegelijkertijd het besef dat elke wetenschap en elke visie die we hebben en die objectief en onomstootbaar lijken niet meer zijn dan betrekkelijke zienswijzen.Terwijl toch op gegeven moment een bepaalde zienswijze toch tot gelding mag en moet komen. Zo is wijsheid ook weer openheid: openheid voor de zienswijzen van anderen en de eigen zienswijzen relativeren.
De zichtbaarheid of herkenbaarheid van wijsheid. Moeilijk is het te zeggen: dit is wijsheid. Zeggen: dit is geen wijsheid is makkelijker. Het is duidelijk dat BP en de organisaties die het controleren en adviseren van weinig wijsheid blijk hebben gegeven. Zoals ook een directeur van die grote Amerikaanse bank die Griekenland voor grof geld heeft geholpen met zijn zelfbedrog, zeggende: iedereen doet het en het is niet tegen de Amerikaanse wet. De Nederlandse topmannen die afgelopen zondag in Scheveningen het startschot hebben gegeven voor de kinderwedloop Walk the World voor het World Food Programme van de UN maken wat dit betreft beslist veel meer positieve indruk.
Wijsheid, openheid en respect in hun samenhang. Ze zijn moeilijk te scheiden, die drie. Ze hangen heel nauw samen. Wel kun je zeggen dat het begin van spiritueel management Wijsheid is. Respect en Openheid zijn er de manifestaties van. Hoe ontwikkelt en onderhoudt een organisatie de centrale waarden? Vanuit een geestelijke fundering. En door praktijken van spiritueel management, waar we nog op in zullen gaan.
Het fundament van spiritueel management. Spiritueel management is management dat geworteld is in de geestelijke dimensie van de werkelijkheid. Vanuit die worteling vult het de drie centrale waarden in en doet het waar het voor is: de huishpouding die het stuurt dusdanig sturen dat die de goede dingen doet in de materiële werkelijkheid, en met name binnen de economische orde. Dat de werkelijkheid die twee dimensies heeft, de geestelijke en de materiële, is een mysterie. Dat is geen economisch-wetenschappelijk gegeven. Maar de werkelijkheid omvat meer dan wat wetenschappelijk aantoonbaar en becijferbaar is. Van dit idee zijn we vervreemd geraakt. Uitgerekend sedert de industriële revolutie zijn we nondualer gaan denken: er is alleen maar één werkelijkheid, de materiële werkelijkheid, de economische werkelijkheid vooral. En daar moeten we uit zien te halen wat er in zit. Dit materialistisch nondualisme heeft de economische orde tot de rand van de afgrond gevoerd. Echt herstel van de economie kan alleen tot stand komen als we haar haar geestelijk fundament teruggeven.
Het uiteindelijke doel van spiritueel management. Spiritueel management ligt in het verlengde van de uiteindelijke bestemming van ons mensen. Wij zijn er toe geroepen om mee te werken aan het mysterie van leven, wereld en kosmos. Aan de manifestatie van de geestelijke werkelijkheid in de materiële werkelijkheid. Spiritueel management is management dat de intentie heeft om de geestelijke werkelijkheid in de materiële blijvend tot gelding te brengen en om binnen en vanuit organisaties en netwerken die intentie levend te houden.
Gebieden van spiritueel managment. De economiscxhe orde is een van de manifestaties in de materiële werkelijkheid van de geestelijke werkelijkheid. Die economische orde mogen we best ruim zien. Ze omvat de wereld van de voortbrengst van produkten en diensten en het werk van heel wat soorten en aantallen publieke en particuliere grote en kleine bedrijven en instellingen. Naast de economische orde hebben we die van het onderwijs, de wetenschap, de militaire macht, de politiek, het recht, kunst en cultuur, de georganiseerde religie en levensbeschouwing. Deze domeinen raken steeds meer, zij het natuurlijk in verschillende mate, in elkaar verweven. In al deze domeinen wordt er aan management. gedaan. Dat kan en moet spiritueel management worden. Maar bovenal is de roep om spiritueel management aan de orde binnen de economische orde, omdat met name daar het nondualistisch materialisme het verst is voortgeschreden en de grootste valkuil vormt.
Tweevoudig doel van het SMC. Het SMC wijdt zich dus aan twee zaken. Algemeen: het bevorderen van spiritueel management overal waar gemanaged wordt. Specifiek: het bevorderen van spiritueel management binnen de economische orde en daarmee van de vergeestelijking van die economische orde.
De werking van spiritueel management. Een voorbeeld. De laatste tijd is veel te doen over de effectiviteit van het HBO. HBO-managers zouden hun uiterste best doen om bulls te verstrekken aan zo veel mogelijk niet afstuderende en eigenlijk te kort schietende kandidaten. Dat brengt dan veel staatsgeld in het laatje. De kritici wijten dat aan de kwantitatieve output-gerichtheid van de betreffende wetgeving. Dat is onzin. Er kan waarschijnlijk best wel wat aan die wetgeving gedaan worden. Een andere zaak is: hoe gaan hoger onderwijs managers om met de mogelijkheden van de huidige wetgeving. Die wet kortzichtig uitbuiten getuigt van weinig respect ervoor. Terecht streeft zij naar het aan de maatschappij aanbieden van zo veel mogelijk goed gekwalificeerde kenniswerkers. De hoger onderwijs managers moeten haar met een andere instelling hanteren, zoekend naar de verbinding tussen kwantitatieve en kwalitatieve behoeften. Geen enkele wet kan zo'n instelling garanderen. Daar moeten de betreffende dames en heren zelf persoonlijk en organisatorisch aan werken, bij zichzelf, bij hun medewerkers en bij hun studenten. Geestelijke inspiratie is daartoe de enige geeigende weg. Die inspiratie zorgt als geen andere voor de nodige belangeloze afstand van de eigen materiële strevingen op de korte termijn. Als er één domein is waar daartoe alle mogelijkheden zijn dan is dat het academische! Maar als geen ander heeft Huston Smith, emeritus hoogleraar godsdienstwetenschap aan het MIT, in zijn "Why Religion Matters" aangetoond dat daar al ettelijke decennia flink de klad in zit. Er is veel werk aan de winkel!!
Dualisme en non-dualisme. Een belangrijk punt in verband met het uiteindelijk doel van spiritueel management (zie maandag 19 juli). Het SMC gelooft in de spanning (dualisme) en de samenhang (non-dualisme) tussen een geestelijke absolute en een materiële relatieve werkelijkheid. Dit zijn de twee zijden van een en dezelfde medaille. Twee zijden. Want de ene werkelijkheid is de andere niet. De geestelijke werkelijkheid is uiteindelijk zelfs superieur aan de materiële, want ze is er de drager van. Het is onze bestemming als mensen om bij te dragen aan de manifestatie van de geestelijke in de materiële werkelijkheid. Zo worden de twee werkelijkheden één medaille. Het SMC vindt dat de grote spirituele overleveringen uit Oost en West van ouds her te negatief staan tegenover het materiële: besmet door de zondeval (Westen) dan wel voorwerp en resultaat van illusie (Oosten). De spanningsverhouding wordt over-benadrukt. Die is er natuurlijk en is de bron van lijden, van menselijk falen en van moreel kwaad. Deze negatieve opstellingen kunnen al te zeer leiden tot nalatigheid en zelfs tot destructiviteit in de omgang met het materiële. De politieke, economische en ecologische geschiedenis in en vanaf de 20e eeuw laten dat zien. Spiritueel Management bemoeit zich met het te boven komen van die negatieve opstelling. Het SMC wijst overigens ook het non-dualisme van New Age af. Volgens New Age is alles een kwestie van energie en van tegenwerking van of samenwerking met die kosmische energie. Dit is een schijnoplossing voor een probleem (geest en materie) dat de Westerse Verlichters in de 18e eeuw terecht en scherp aan de orde hebben gesteld maar waar zij wetenschappelijke oplossingen voor zijn gaan zoeken. De wetenschap is daarmee sedertdien geen donder opgeschoten. Dat kan ook niet. Want de spanning en samenhang tussen geest en materie is een mysterie. En gevoel en oog voor het mysterie zijn we helaas ook door die Westerse Verlichting kwijt geraakt.
Spiritueel management als methodiek. Spiritueel management is niet een specifieke methode. De disciplines organisatie- en managementkunde hebben oms de afgelopen decennia onthaald op een scala van methoden en technieken. Ze buitelden over elkaar. Er is ook veel New Age bij gekomen. Het heeft een rijkdom aan mogelijkheden gebracht. Maar de verwarring, de willekeur en de nonchalance zijn groot. Uitweg: spiritueel management als zuurdesem. Dat alle inspanningen binnen en door organisaties en netwerken en van al hun deelnemers doortrekt. Met, afgezien van dat geestelijke fundament (zie 29 juni) en die drie centrale waarden (zie 16 april en 17 juni), drie essentiële kenmerken. 1. Individuele verantwoordelijkheid. Zefsturing in alle geledingen en op alle niveaus. Iedereen is er bij betrokken, in samenwerking met anderen, maar ook persoonlijk. 2. Grote externe gerichtheid. Met behartiging van alle ware belangen van wereld, mens en kosmos. 3. Onderzoeksinstelling. Steeds opnieuw vragen en antwoorden. Waartoe? Wie? Wat? Waar? Wanneer? Hoe? Waarom? Antwoorden uitproberen en steeds weer in nieuwe vragen omzetten. Tot in het oneindige. Zonder de slagvaardigheid uit het oog te verliezen.
Praktijken van spiritueel management. Zeer zeker zijn er een aantal meer afgebakende methoden aan te geven. Maar erg speciaal zijn ze niet. Want ze sluiten aan op klassieke communicatietechnieken.
Deze rij loopt van meer algemeen of abstract naar naar meer specifiek of concreet. 1. Het werken met dimensies en intenties. 2. Het raadplegen van de overlevering. 3. Het raadplegen van de actualiteit. 4. Reflexieve momenten. 5. Communicatie- en dialoogmanagement. 6. Meditatie. 7. persoonlijke keten-gesprekken. 8. Het verzorgen van grensmomenten.
Het zijn voertuigen voor transformatie. Gecombineerd en niet aflatend te gebruiken. Om steeds weer opnieuw over te gaan van niet spiritueel naar spiritueel management. Voor het leggen, onderhouden en versterken van het spiritueel fundament voor ondernemen en organiseren.
Praktijken-I: Het werken met dimensies en intenties-I. Dit is de praktijk waarin spiritueel management, bedrijfsspiritualiteit, het meest onderzoek is, zoals boven in "Spiritueel managment als methodiek" (15 september) bedoeld. Stap 1. Individuele personen/medewerkers, of een afdeling, of de hele organisatiie nemen zich voor om een bepaalde langere of kortere tijd speciale aandacht te geven aan een aspect van hun werk,. Zij kiezen m.a.w. een "dimensie" om aan te werken, en, stap 2, stellen zich dan bepaalde vragen. De antwoorden op die vragen leveren voornemens, ""intenties", op voor de gekozen tijdsperiode. Stap 3. Regelmatig kijken wat er van de voornemens terecht komt, Voornemens wijzigen . Stap 3 gaat weer in stap 1 over.
Geschikte dimensies kunnen zijn: proces-resultaat, markt-klant, externe sturing-zelfsturing, welvaart-milieu, verandering-continuïteit, zakelijkheid-menselijkheid. Het gaat niet om elkaar uitsluitende tegengestelde posities maar om polariteiten die elkaar aanvullen en tesamen iets nieuws kunnen verwekken.
Praktijken-I: dimensies en intenties. Proces - resultaat. Wat we ons steeds weer kunnen afvragen is: Hoe doen we ons werk? Hoe groot is de aandacht die we aan ons werk besteden van moment tot moment? In welke mate voldoen we al dan niet aan de geest van bestaande voorwaarden en normen? Wat zijn de kosten en baten van hoe we de dingen aan het doen zijn? Niet alleen of zozeer wat geld betreft, maar juist ook voor wat betreft allerlei ander profijt en nadeel dat we onze omgevingen en de mensen daarin bezorgen? Zijn we bereid en in staat om zaken bij te sturen en hoe kunnen we dat doen? Hoe kunnen we elkaar hierbij helpen?
De dimensie proces-resultaat is bedrijfsspiritueel gezien een heel dankbare. Niet alleen omdat we allemaal dagelijks met heel veel grote en kleine, productieve, administratieve en communicatieve processen te maken hebben. Het is bovenal een voortreffelijke belangeloosheidsoefening, om, zonder beoogde en noodzakelijke resultaten uit het oog te verliezen, toch vooral aandacht aan de processen te besteden, aan hoe we de dingen doen. Spiritueel gezien geldt trouwens: hoe we de dingen doen is veel belangrijker dan wat we doen. Niet voor de poes, dit uitgangspunt, voor ons westerlingen die gepokt en gemazeld zijn in het beogen van resultaten, waarbij doelen de middelen heiligen.
Praktijken- I vv: Dimensies en intenties. Markt - klant. In hoeverre staat onze klantvriendelijkheid in de benadering van afzonderlijke klanten wel of niet in spanning met het doordringen op markten en het veroveren (!) van nieuwe markten of het uitbreiden van bestaande markten. De vergelijking met oorlog dringt zich op. Deze dimensie stelt als geen ander het bestaansrecht van de economische orde in het algemeen en van de eigen organisatie aan de orde. Wie zijn onze klanten? Wat voor idee hierover hebben ze daar op de xe etage van het hoofdkantoor, en hebben wij hier in het distributiecentrum? Voldoen wij echt aan de echte behoeften van onze klanten? Wat kan daar aan gedaan worden? Iedere deelnemer aan elke organisatie of elk netwerk, groot of klein, dient zich individueel en met anderen met dit soort vragen bezig te houden en daar ook de gelegenheid toe te krijgen.
Bovendien: binnen organisatie en netwerk zijn we ook elkáárs klanten. Wat draag ik bij op mijn post aan het welslagen van het opereren van die en die op diens post? Ook dit is een prachtige belangeloosheidsoefening, die niet alleen ten goede kan komen aan aan mijzelf en de ander waarop ik me nu direct richt, maar aan de hele organisatie en hele netwerk.
Praktijken-I: Dimensies en intenties. Dimensie markt-klant. Een voorbeeld: een parkeerregeling. De gemeente Haarlem, de standplaats van het SMC, heeft een Kerstkind geaborteerd. In de gemeente Haarlem wordt veel gewerkt met bezoekersparkeerschijven. De parkerende bezoeker zet de door ontvangende burger jaarlijks betaalde bezoekersparkeersachijf voor zijn/haar voorruit voor een maximale parkeertijd vanaf de tijd van aankomst. De politie rijdt rond om een oogje in het zeil te houden. Een prima, helder en eenvoudig systeem. De gemeente heeft nu bedacht dat de ontvanger of de bezoeker de aankomsttijd, de vertrektijd en het kentekennummer van de bezoeker mobiel of via internet aan haar gaat doorgeven. Tot een storm van protest heeft dat geleid: het tast de privacy van bezoeker en ontvanger aan en veel ouderen beschikken om allerlei redenen niet over een mobiele telefoon of over internet. De hevige protesten met inzet van advocaten hebben in ieder geval geleid tot opschorting van de plannen. Je kunt hier spreken van een volstrekt onnodige complicering van een beproefd en bevredigend functionerend parkeerregelingssysteem, een ingreep met kostenverhogend effect en schijnbaar niet anders bedoeld dan om het gemeentewerk zelf wat op te sieren en op te vrolijken, zonder dat welk parkeer belang dan ook daardoor beter wordt gediend. Hier is niet echt over nagedacht, zoals we dat dan noemen, en zeker niet nagedacht vanuit de optiek van de klant, te weten de betrokken Haarlemse burgers en alle wereldbewoners die hen mogelijk zakelijk dan wel prive komen opzoeken. Hetgeen niet anders dan bevestigd zou zijn geworden als hier de openheidsproef ( zie donderdag 29 april 2010) op zou zijn toegepast.
Praktijken - II: Het raadplegen van de overlevering. De overlevering is allereerst de opgebouwde wijsheid van de religies en levensbeschouwingen. We zijn zeker de laatste decennia gaan denken dat religie en economie in het algemeen en religie en bedrijf en organisatie in het bijzonder geen fluit met elkaar te maken hebben. Religies en levensbeschouwingen hebben ons weldegelijk wat te zeggen als het gaat om het opbouwen van wijsheid en ontwikkelen van liefde. Hebben wel degelijk iets te betekenen voor verdieping of verandering van onze overwegingen, besluiten, handelingen en communicaties, en voor het kweken van collegialiteit en klantgerichtheid. De overlevering is ook de verzameling van beproefde inzichten en ervaringen op het gebied van organisatie en management.. Ook daarin is veel wijsheid ontwikkeld. Waar met de pet naar wordt gegooid. Eigenlijk komt deze praktijk neer op studie. Bijvoorbeeld in korte bijeenkomsten elkaar iets voorlezen uit een geïnspireerde tekst of een klassiek managementwerk en daar met elkaar over praten, er iets uit opsteken en er een voornemen aan koppelen. ("werken met intenties"!). Elke generatie opnieuw moeten we de dingen opnieuw leren. Maar het is dom en ongezond te denken dat we het wiel helemaal opnieuw kunnen en moeten uitvinden en dat wat van vroeger is eigenlijk ook automatisch flauwekul is. Sinds het oprukken van ICT kunnen we veel last hebben van deze idee. Herhalen is ontwikkelen. We verbeteren en verdiepen alleen door dingen met besef te herhalen, keer op keer opnieuw.
Praktijken III: Het raadplegen van de actualiteit. Met name de economische, de politieke en de culturle actualiteit. Met elkaar praten over de vraag: in welke situatie opereren wij en ons bedrijf, ons netwerk, onze instelling? En wijzelf? Welke consequenties kunnen we daaruit trekken voor ons doen en laten, commercieel, sociaal, ecologisch? Wat kunnen we opsteken van andere bedrijven, instellingen, netwerken? Ten goede en ten kwade? Zowel inspiraties als onzekerheden daarbij met elkaar delen.Deze praktijk loopt paralel aan de vorige. Het is bijvoorbeeld samen krant lezen en TV-kijken. In korte bijeenkomsten of bij voorbeeld tijdens een lunch mediaberichten uitwisselen, er over van gedachten wisselen en kijken wat dat kan betekenen voor ons doen en laten.
Praktijken III vv: Het raadplegen van de actualiteit. De antroposofisch geöriënteerde veranderkundige en organisatieontwikkelaar Cees Zwart noemt dat in zijn boek De strategie van de hoop (Lemniscaat Rotterdam, 1995, blz. 49 vvv) "het lezen van tijdverschijnselen": Hij geeft 2 varianten. 1. Een wereldgebeuren waar min of meer spontaan je belangstelling naar uitgaat, onderzoeken op zijn "morele" gehalte, bij voorkeur in een groep van vier tot zeven personen. Uiteindelijke vraag: welke morele maatstaven hebben in de situatie een rol gespeeld en welke andere hadden een rol moeten of kunnen spelen. 2. Iemand van het groepje schetst een situatie of gebeurtenis waar hij of zij zelf direct of indirect zelf betrokken is geweest en waarin het moeten stellen van prioriteiten leidde tot een moeilijk dilemma. Met dezelfde uiteindelijk vraag als onder 1.
Praktijken IV: Reflexieve momenten. Bijeenkomsten in groepsverband, speciaal in het licht van spiritualiteit en spiritueel management. Langere of kortere. Onder de tijd van de baas of daarbuiten. Op de hei, op de werkplek, vooral ook: aan tafel. Met collega's, met familie en vrienden, met andere afdelingen, met klanten, met leveranciers. Liefst met externe begeleiding. Wat kan dan zoal gedaan worden? Dimensies en intenties ontwikkelen en hun verwerkelijking toetsen (zie 21 tot en met 24). Overlevering en/of actualiteit raadplegen (zie 25 tot en met 27). Toepasselijke lezing met gedachtewisseling. Elkaar voorlezen (zie 25). Samen mediteren, of bidden van bestaande of zelfgemaakte gebeden. Zie natuurlijk ook: onder de links workshops en symposia van deze SMC-website!
Praktijken V: zorg voor en management van communicatie en dialoog. We doen niks zonder communicatie. Werk is kenniswerk en kenniswerk is communicatiewerk. Spiritueel management zorgt er voor dat het met onze communicatie niet blijft bij het zaakgericht, effectief en niet-frauduleus gebruik van mondelinge, schriftelijke, telefonische en digitale uitwisselingen en uitwisselingssystemen. Maar dat iedereen ook voortdurend bezig is met de vraag: gebruik ik deze kanalen met in achtneming van de boodschappen die ik er mee verspreid en van degenen tot wie ik mij richt? Centraal staat de zorg voor alle mondelinge communicatie, in tweegesprekken en in groepsbijenkomsten. Het gaat dan in belangrijke mate om het bevorderen van luisteren, en om het behartigen van de juiste balans tussen zelfuiting en bepleiting van eigen standpunten en belangen enerzijds, en erkennen en bevestigen van de standpunten en belangen van de ander anderzijds. Een zaak van intentionele behartiging door iedereen. Maar het managemeent op alle nivo's en in alle geledingen moet dit bewaken. En daar alle organisatie- en netwerkleden regelmatig over aanspreken. Het is de zorg voor de kwaliteit van de communicatie als proces. Het hoe van onze communicatie is veel belangrijker dan het wat, dan elk wat dan ook. Het is de kwaliteit van het communicatieproces die de deelnemers aan de communicatie ten goede of ten kwade raakt. Als dit principe praktisch goed wordt begrepen dan hoeft de inhoudelijke kwaliteit van welke boodschap dan ook daar trouwens nooit onder te lijden. In tegendeel: die wordt er alleen maar door bevorderd. Maar de volgorde is duidelijk: geen goede boodschappen zonder communicatieprocessen van kwaliteit!
Praktijken - VI: Meditatie en bidden. Persoonlijk en/of gezamenlijk. Op je werkkruk en/of in een aparte ruimte. Uiteindelijke bron van alle persoonlijke inbreng in spiritueel management. Grote valkuil: inzet van meditatie enkel als concentratietraining en als arbo-middel. Waar overigens niks mis mee is. Maar meditatie als bedrijfsspirituele praktijk houdt in: persoonlijk voeling zoeken en houden met de geestelijke dimensie, doordringen tot het Zelf (de goddelijke bron in ons) als uiteindelijke drager van al ons denken, spreken en handelen. Bidden is de evenknie van meditatie. Bidden geeft er misschien eerder directe aanleiding toe om de sociale, organisatorische, maatschappelijke en ecologische lijn meditatief in te brengen en tot thema te maken.
Praktijken-VII: gesprekken estafetten. Ieder lid van het samenwerkingsverband kiest zich op vrijwillige basis een andere medewerker uit buiten de eigen kring van afdeling en directe collega's en vooral los van alle hiërarchie en functionele verhoudingen om daarmee een aantal keren te praten over de bedrijfsspirituele ontwikkeling van de eigen organisatie en over de eigen bedrijfsspirituele beoefening op de eigen werkplek. Voorbeelden van onderwerpen: zie 21 tot en met 30. Om beurten geven de twee gesprekspartners het stokje weer aan een ander door. Zo spreidt zich een persoonlijk bedrijfsspiritueel lint door het hele samenwerkingsverband. Die contacten moeten tijd krijgen zich te ontwikkelen. Leiding en management moeten er de faciliteiten voor scheppen en blijven respecteren.
Praktijken-VIII: Verzorgen van grensmomenten. Grensmomenten zijn belangrijke of belangrijk geachte begin- en eindgebeurtenissen. Zoals: lancering van een nieuw product of een nieuwe dienst, opening van een nieuwe vestiging of pand, jubileums van allerlei aard, aanname of vertrek van mensen. De lijst kan lang zijn. In deze tijden zo lang, dat er niets permanents meer lijkt te zijn in en aan ons samenwerkingsverband. Die voortdurende stromen aan veranderingen stompen ons af. Grensmomenten kunnen vreugdevol of verdrietig van karakter zijn. We moeten kiezen, welke grensmomenten voor ons samenwerkingsverband van belang zijn. En die dan ook vieren.
Om aan dat vieren of gedenken vorm te geven kunnen we een beroep doen op de creativiteit van betrokkenen. Talloos zijn de mogelijkheden daartoe. Zaak is wel om het stijlvol en verzorgd te doen. Het SMC kan daar heel goed bij helpen.
Feest vieren zijn we sedert het verval in de religieuze en godsdienstige feestvieringen steeds meer aan het verleren. Een grote culturele verarming is dat. Feest vieren in samenwerkingsverbanden is sedert de industriele revolutie al bepaald niet meer onze sterkste kant. Het verzorgen van grensmomenten kan een geweldige stimulans geven aan werkmotivatie en samenwerkingsbekrachtiging.
