maandag 17 december 2018

Spirituele economie - 15 slot: Het spiritueel-economische aandeel

Behalve het geld behoort ook het aandeel tot de mooiste vindingen in het fysiek- materiele tussenmenselijke verkeer. Als ik een aandeel koop dan stel ik het bedrag waarvoor ik dat aandeel koop ter beschikking van de onderneming die het aandeel uitgeeft en van degenen die in en voor die onderneming werken. Zo krijg ik zeggenschap over, zij het niet in, de betreffende onderneming naar rato van mijn aankoopbedrag en het aantal aandelen dat ik aanschaf. Dit recht wordt namens mij door het ondernemingsbestuur uitgeoefend. Ik mag en kan dat bestuur aanspreken en bijsturen betreffende zijn uitoefening van dat mandaat en ik deel naar rato mee in de winst dan wel het verlies van de onderneming. Het aandeel is zo een prachtige manier van institutionaliseren van ondernemingsverantwoordelijkheid.

Maar evenals het geld behoort ook het aandeel tot de meest te schande gemaakte vindingen in dat fysiek-materiele tussenmenselijke verkeer. De verhouding tussen aandeeluitgevers en aandeelbezitters ontaardt nogal eens in oneigenlijke belangenverstrengelingen en bevelsverhoudingen, en in preoccupaties met wat speelt op de korte termijn, Uit het zicht raakt dan datgene waar het met en in de onderneming eigenlijk om gaat, en met en in de maatschappelijke sector waarbinnen en waarvoor de onderneming opereert. Het ziet er naar uit dat dit proces van ontaarding ondanks of wie weet juist door de aanpak van de geldelijke en economische crises sedert 2007 alleen maar is versterkt.
Alleen door inzet en beheer van spiritueel-economische aandelen kan die vaak fatale en onethische ontwikkeling worden rechtgezet en omgebogen.

Het fysieke domein kent diverse typen aandelen. In een spirituele economie gaat hem om vier typen. En dat zijn dan geen papieren geldelijke bewijsstukken van allerlei aard, maar geestelijke tussenmenselijke hoedanigheden of rollen die met de hoogste kwaliteit worden vervuld. Allereerst kan ik producent zijn van goederen en artikelen dan wel diensten in het leven roepen en verlenen. Of ik ben allereerst afnemer en gebruiker van die producten en diensten. Ofwel ik ben allereerst facilitator. En dit dan op een van twee manieren. Ik maak het maken van bepaalde producten en artikelen of het scheppen of verlenen van bepaalde diensten mogelijk. Of ik maak het weer anderen mogelijk om op een goede manier van die producten en diensten gebruik te maken. Dit is een sterk onderschatte en verwaarloosde rol of hoedanigheid. Zo gaat het dus om vier spiritueel-economische aandelengroepen: de kwaliteit van de gecreeerde en geleverde producten en diensten zelf, de kwaliteit van de manier waarop ze worden gecreeerd en geleverd, de kwaliteit waarmee ze worden afgenomen en gebruikt, en de kwaliteit van de manier waarop hun afname en gebruik worden geborgd.

De overgangen tussen deze groepen kwaliteiten zijn vloeiend en hoe onbegrensd ook nauw met elkaar verweven. Wij allen vervullen op de een of andere manier in de meest uiteenlopende konteksten alle hoedanigheden of rollen. Hun kwaliteitsaanspraak speelt op alle plaatsen en momenten, in alle activiteiten, en voor alle personen. Zo kan ik in de werkplaats van mijn eigen fietsenzaak fietsen in elkaar zetten. Terwijl ik dat doe maak ik gebruik van door anderen geproduceerde en door weer anderen geleverde gereedschappen en onderdelen. De manier waarop ik zelf die fietsen maak en aflever kan een in alle opzichten optimaal gebruik ervan door toekomstige berijders garanderen, dan wel er afbreuk aan doen. Verantwoord opgaan in mijn rol van rijwielbouwer en -leverancier zal mij niet mogelijk zijn als mij ongezond voedsel wordt verstrekt of als ik zelf ongezond eet en drink, of als ik een ondeugdelijke vakopleiding heb gehad of ondanks mijn diploma die opleiding op een ondeugdelijke manier heb gevolgd.

In een spirituele economie zijn de deelnemers, en dat zijn wij allen, zich er voortdurend van bewust welk aandeel ze bij wie op welk moment en op welke plek dan ook hebben uitstaan en aan het verzilveren zijn. Kenmerkend voor een niet-spirituele economie is los van elkaar denken en doen, leven en werken in mentaal van elkaar afgesplitste werelden. Een spirituele economie drijft op een van individu tot individu levend en steeds groeiend besef dat we met name ook materieel altijd en overal volstrekt van elkaar afhankelijk zijn en dag en nacht nauw op elkaar betrokken. Dat besef brengt en versterkt het vermogen en de bereidheid om voortdurend en steeds weer opnieuw verantwoordelijkheid te nemen en ook om daar vreugde in te scheppen en aan te ontlenen.


zaterdag 1 december 2018

Spirituele economie - 14 Bovenwereld en onderwereld

Een wereld die stoelt op een spirituele economie is een homogene wereld. Alle personen en collectiviteiten, alle domeinen en sectoren, en alle instituties en organen die die wereld dragen, ondersteunen elkaar en sluiten op elkaar aan. Bij alle verschillen en verscheidenheden die er spelen en alle spanningen die er tussen hen kunnen bestaan. Dit is geen utopie in de negatieve betekenis maar een ideaal. Dagelijks worden we er echter mee geconfronteerd dat dit ideaal als maar geen werkelijkheid wordt. Onze wereld is in ieder geval gespleten in een bovenwereld en een onderwereld. De bovenwereld is het geheel aan personen en collectiviteiten, sectoren en domeinen, en instituties en organen voor zover ze functioneren volgens de beproefde principes en uitgangspunten die ze zelf in een lange geschiedenis en met veel vallen en opstaan hebben ingesteld, op elkaar afgestemd en telkens weer aangepast en bekrachtigd. In dit kolossale proces hebben de grote geestelijke overleveringen ondanks al hun nogal eens ernstige feilen hun positieve centrale rol gespeeld. De onderwereld wordt bepaald door diezelfde genoemde formaties voor zover ze met opzet afwijken van hun eigen maximen en ze bewust ondermijnen of proberen te ondermijnen. De onderwereld vormt het geheel van ongerechtigde, schandelijke en schadelijke revoltes.

De onderwereld is in onze tijd de bovenwereld naar de kroon aan het steken, in omvang en invloed. Volume en macht van de onderwereld nemen als maar toe. Die  van de bovenwereld is aan het tanen. Fysieke en financiele, eco-, drugs- en cybercriminaliteit zijn aan de orde van de dag en dreigen buiten proportie uit te dijen. Het ziet er naar uit dat dit een historisch en nauwelijks nog terug te draaien novum is. Kern is de toenemende onderlinge verwikkeling en verstrengeling. De bovenwereld wordt zich daar steeds mee van bewust maar voelt zich daar ook steeds machtelozer bij. Het wordt voor haar steeds moeilijker om met geduld, kracht, discipline en wijsheid deze ontwikkeling het hoofd te bieden en te keren.

De wortel van de fatale tweedeling ligt in de menselijke persoonlijkheid met het ik in een cruciale rol. Dat ik kan zich wel en niet van zichzelf bewust zijn. Het niet-bewuste ik is het ik dat zich op sleeptouw laat nemen door zijn ervaringen, gedachten, gevoelens, herinneringen en wensen en sleept daar anderen of de ander in mee. Dat gebeurt dan in een rucksichtsloze cyclus: wat ik bedenk dat wil ik, wat ik wil dat kan ik, en wat ik kan dat moet ik. Het ik dat zich van zichzelf bewust is doorbreekt die cyclus. Het heeft besef van al zijn innerlijke en uiterlijke bewegingen is bereid en in staat die bewegingen te overstijgen en zo nodig bij te stellen. Het ik weet van dat vermogen tot bewustheid maar heeft ook de neiging er niet aan te willen. Deze neiging is vaak sterker dan de uitnodiging tot bewustwording. Dit is het mysterie van de menselijke persoonlijkheid, de wortel van wat we goed en kwaad noemen.

De menselijke persoonlijkheid is het fundamentele sociale gegeven. Zij legt de basis en ligt zelf aan de basis van al het kleine en grote positieve dan wel negatieve tussenmenselijke, en van alle domeinen en sectoren, instituties en organen. De tweespalt tussen boven- en onderwereld is de reproductie in het groot van die tussen het bewuste en onbewuste ik. Vandaar dat ieder mens ook persoonlijk verantwoordelijk is  oor het bestaan en functioneren van de onderwereld ook al doet hij of zij daar persoonlijk niet aan mee en wil hij of zij dat ook niet. Ieder van ons is medeverantwoordelijk. De worsteling met en de overwinning op het onderwereldse begint bij de omgang met het eigen ik en met het leren zich van zichzelf bewust te zijn en bewust van zich zelf in de wereld te staan en zich daarin te bewegen, zonder zelfgenoegzaamheid. Een prachtige oude wijsheid van die vroegere Bond Zonder Naam luidt: verbeter de wereld, begin bij jezelf. Dat is een persoonlijke opdracht waarmee  we niet aflatend telkens opnieuw weer aan de slag moeten. Afhaken betekent ruimte bieden aan de onderwereld.