dinsdag 17 juli 2018

Spirituele economie - 11. Werk en werkeloosheid

Zo kunnen, mogen en moeten we in het totale veld van spirituele actie drie werkvelden onderkennen. Ten eerste het rijk geschakeerde fysieke of economische veld. Ten tweede het al even diverse civiele veld. Dit civiele veld is is afgeleid van en dient ter ondersteuning van het economische veld  In het gebruikelijke economische betoog worden beide velden dan ook vaak te samen genomen. Ten derde is er het geestelijke veld dat de inspiratieve grond is voor het economische en civiele. Er is sprake van een soort van hierarchische ordening met het fysieke veld bovenaan. Het gaat immers uiteindelijk allemaal om de bevordering van het fysieke en economische omdat alle mensen te samen met alle levende wezens allereerst daarvan afhankelijk zijn en daarin weer door en door van elkaar afhankelijk. Tegelijk zijn de drie velden gelijkwaardig. Want ze doordringen elkaar en staan ook elkaar ten dienste. De mensheidsgeschiedenis staat bol van de verdraaiingen en conflicten in deze. Zeker de Atlantische geschiedenis. Eeuwen lang en zeker sedert Plato in de 4e eeuw BCE heeft bij voorbeeld het geestelijke veld in positie en waardering aan de top gestaan. Sedert Marx in de 19e eeuw CE heeft het veld van de economisch actieven en met name de minder vermogenden daarin dit vaandel proberen over te nemen, met naar het zich laat aanzien een twijfelachtig effect en succes.

Uit oogpunt van spirituele actie is er sprake van werk en niet-werk, of van werk en werkloosheid, of van werk en bedrijvigheid. Werk is alle individuele bedrijvigheid in welk werkveld dan ook die overeenstemt met  wat ieder van ons eigenlijk uit oogpunt van persoonlijke bestemming te doen staat. bedrijvigheid is alle bedrijvigheid die dat niet doet. Hier draait voor ons mensen als spiritueel actieve wezens alles om. Hierin ook kunnen we ons persoonlijk en collectief grandioos voor de gek houden en elkaar te kort doen. Wie betaald en wie weet zelfs goed betaald bedrijvig is kan denken of geacht worden dat hij of zij aan het werk is. Wie gedwongen of uit overmacht niet tegen vergoeding bedrijvig is kan denken of geacht worden tot werkloosheid  gedoemd of vervallen te zijn. Of we hebben wel werk in de gebruikelijke zin van het woord, maar dan in een veld of op een gebied dat eigenlijk het onze niet is, of we zijn uit noodzaak of dwang of onwetendheid bedrijvig op een manier die de onze niet is. 

Doorgaans brengen we werk en werkloosheid vooral met fysieke  of economische werkzaamheid en inactiviteit in verband. Maar de scheidslijn ligt niet tussen de hierarchisch gelaagde velden  De scheidslijn zit hem in de intentie waarmee we bedrijvig zijn en dus al dan niet aan her werk. Maar zeker is die scheidslijn en de opheffing daarvan in het fysieke of economische veld van doorslaggevende betekenis. We kunnen sacrale en profane economie bedrijven. De sacrale economie is gebaseerd op spirituele economische waarden. De profane economie is de economie van de berekening. Het zou een misverstand zijn te denken dat dit een zaak van of-of is en van  goed en fout. Maar dit misverstand heerst alom, met minachting voor het sacrale als gebruikelijke uitkomst. Beide economieen hebben elkaar echter nodig. De berekenende economie kan niet tot volle en evenwichtige wasdom komen zonder het spirituele. De spirituele economie kan slechts tot gelding komen in een bewuste berekenende economie. Deze verhouding is niet zozeer een doel maar een weg, niet zozeer een eindpunt, maar een steeds verschuivende einder. Maar pas in een dergelijke verhouding wordt de weg geopend voor volledige werkgelegenheid, waarin alle mensen hun gezamenlijke bestemming en persoonlijke opdrachten kunnen ontdekken en verwerkelijken en daarin ook elkaar kunnen bevestigen.


Geen opmerkingen:

Een reactie posten