maandag 23 april 2018

Spirituele economie 8 - Het veld van spirituele actie

Wij mensen doen in een ding met alle andere levende wezens mee. Want ook wij bewegen ons in, maken gebruik van en grijpen in in de materiele werkelijkheid. Dat is allemaal economie, economie in de ruimste zin. Een spirituele economie is een economie van mensen waarin alle deelnemers doordrongen zijn van het besef van deze universele participatie en daar hun verantwoordelijkheid voor en in nemen. Nu geven we als mensen aan al dat bewegen, gebruik maken en ingrijpen wel een eigen vorm.  Die eigen menselijke vorm is van begin af aan complex. Ze is sedertdien in haar grondtrekken gelijk gebleven maar wel als maar complexer aan het worden en in die zin als maar aan het veranderen. Hierin verschillen wij mensen wezenlijk van alle andere wezens.. Wij bewegen ons, maken gebruik en en grijpen in middels een veld dat zich differentieert in domeinen, panelen zo men wil, die wel re onderscheiden zijn maar niet te scheiden en die elkaar steeds in wisselende maten doordringen, als telkens verschuivende en anders in elkaar schuivende  panelen.

Allereerst is er het fysieke domein, het domein dat we doorgaans economie noemen. Daarin gaat het om het bedenken, ontwikkelen, maken, toelichten, beheren, promoten, distribueren en ge-,  verbruiken en weer hergebruiken van fysieke producten. Die fysieke producten zijn cruciaal voor ons om te leven, te overleven en van ons bestaan te genieten.  De mensen die werken in fabrieken en werkplaatsen, op agrarische gronden, in civiele diensten  of bij voorbeeld in horecagelegenheden zijn de economen bij uitstek. Als gebruikers en als ver- en hergebruikers in onze huishoudens zijn we dat allemaal. Het fysieke domein is het spirituele domein  bij uitstek. Nergens komt de menselijke opdracht om het immateriele in het materiele tot uitdrukking te brengen zo direct, concreet en ondubbelzinnig tot tot gelding.

Dan zijn er de domeinen, in ieder geval vier, die de voorwaarden moeten scheppen om het fysieke domein goed te laten functioneren en er voor zorgen dat het goed functioneert. Zo is er het psycho-sociale domein, waarin biedend en ontvangend wordt gewerkt aan gezondheid, welzijn en geluk. Zodat we in staat zijn deel te nemen aan het fysieke domein. In het maatschappelijke domein wordt het functioneren van het fysieke domein structureel bewaakt en worden voor het verbeteren daarvan  suggesties ontwikkeld , uitgeprobeerd, bijgesteld, gesanctioneerd en bewaakt. Het is de wereld van o.a. de meest uiteenlopende overheidsinstanties en van de grote diversiteit aan publieke en private en grote en kleine adviesinstellingen. Het culturele domein, de wereld van in ieder geval de kunsten en van het onderwijs, leert ons het fysieke op zijn waarden te schatten en er verantwoord mee om te gaan. Last but not least is er het geestelijke domein, van ouds het terrein van kerken en religieuze instituties. Zij hebben er altijd op toegezien en er aan bijgedragen dat ons besef van onze menselijke opdracht om het immateriele in het materiele tot uitdrukking te brengen tot leven komt, levend blijft, en zich verdiept en intensiveert.

Het is eigenlijk verwarrend en verstarrend te spreken van domeinen.of bv. instanties en zelfs van panelen. Eerder zouden we kunnen denken aan een deeltjesversneller, waarin ieder van ons een rondsnellend deelrje is en de verschillende domeinen eerder zich door elkaar wervelende banen zijn..
We hebben deel aan een vitale en gelaagde economie waarin alles en allen voortdurend met elkaar in betrekking staan en op elkaar inwerken.  Waarin het economisch het niet-economisch raakt en het niet-economische evenzeer het economische.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten