zaterdag 1 december 2018

Spirituele economie - 14 Bovenwereld en onderwereld

Een wereld die stoelt op een spirituele economie is een homogene wereld. Alle personen en collectiviteiten, alle domeinen en sectoren, en alle instituties en organen die die wereld dragen, ondersteunen elkaar en sluiten op elkaar aan. Bij alle verschillen en verscheidenheden die er spelen en alle spanningen die er tussen hen kunnen bestaan. Dit is geen utopie in de negatieve betekenis maar een ideaal. Dagelijks worden we er echter mee geconfronteerd dat dit ideaal als maar geen werkelijkheid wordt. Onze wereld is in ieder geval gespleten in een bovenwereld en een onderwereld. De bovenwereld is het geheel aan personen en collectiviteiten, sectoren en domeinen, en instituties en organen voor zover ze functioneren volgens de beproefde principes en uitgangspunten die ze zelf in een lange geschiedenis en met veel vallen en opstaan hebben ingesteld, op elkaar afgestemd en telkens weer aangepast en bekrachtigd. In dit kolossale proces hebben de grote geestelijke overleveringen ondanks al hun nogal eens ernstige feilen hun positieve centrale rol gespeeld. De onderwereld wordt bepaald door diezelfde genoemde formaties voor zover ze met opzet afwijken van hun eigen maximen en ze bewust ondermijnen of proberen te ondermijnen. De onderwereld vormt het geheel van ongerechtigde, schandelijke en schadelijke revoltes.

De onderwereld is in onze tijd de bovenwereld naar de kroon aan het steken, in omvang en invloed. Volume en macht van de onderwereld nemen als maar toe. Die  van de bovenwereld is aan het tanen. Fysieke en financiele, eco-, drugs- en cybercriminaliteit zijn aan de orde van de dag en dreigen buiten proportie uit te dijen. Het ziet er naar uit dat dit een historisch en nauwelijks nog terug te draaien novum is. Kern is de toenemende onderlinge verwikkeling en verstrengeling. De bovenwereld wordt zich daar steeds mee van bewust maar voelt zich daar ook steeds machtelozer bij. Het wordt voor haar steeds moeilijker om met geduld, kracht, discipline en wijsheid deze ontwikkeling het hoofd te bieden en te keren.

De wortel van de fatale tweedeling ligt in de menselijke persoonlijkheid met het ik in een cruciale rol. Dat ik kan zich wel en niet van zichzelf bewust zijn. Het niet-bewuste ik is het ik dat zich op sleeptouw laat nemen door zijn ervaringen, gedachten, gevoelens, herinneringen en wensen en sleept daar anderen of de ander in mee. Dat gebeurt dan in een rucksichtsloze cyclus: wat ik bedenk dat wil ik, wat ik wil dat kan ik, en wat ik kan dat moet ik. Het ik dat zich van zichzelf bewust is doorbreekt die cyclus. Het heeft besef van al zijn innerlijke en uiterlijke bewegingen is bereid en in staat die bewegingen te overstijgen en zo nodig bij te stellen. Het ik weet van dat vermogen tot bewustheid maar heeft ook de neiging er niet aan te willen. Deze neiging is vaak sterker dan de uitnodiging tot bewustwording. Dit is het mysterie van de menselijke persoonlijkheid, de wortel van wat we goed en kwaad noemen.

De menselijke persoonlijkheid is het fundamentele sociale gegeven. Zij legt de basis en ligt zelf aan de basis van al het kleine en grote positieve dan wel negatieve tussenmenselijke, en van alle domeinen en sectoren, instituties en organen. De tweespalt tussen boven- en onderwereld is de reproductie in het groot van die tussen het bewuste en onbewuste ik. Vandaar dat ieder mens ook persoonlijk verantwoordelijk is  oor het bestaan en functioneren van de onderwereld ook al doet hij of zij daar persoonlijk niet aan mee en wil hij of zij dat ook niet. Ieder van ons is medeverantwoordelijk. De worsteling met en de overwinning op het onderwereldse begint bij de omgang met het eigen ik en met het leren zich van zichzelf bewust te zijn en bewust van zich zelf in de wereld te staan en zich daarin te bewegen, zonder zelfgenoegzaamheid. Een prachtige oude wijsheid van die vroegere Bond Zonder Naam luidt: verbeter de wereld, begin bij jezelf. Dat is een persoonlijke opdracht waarmee  we niet aflatend telkens opnieuw weer aan de slag moeten. Afhaken betekent ruimte bieden aan de onderwereld.

maandag 15 oktober 2018

Rijkdom en armoede

Er bestaan grote geldelijke verticale verschillen tussen personen, groepen en volkeren. Zo is er een heel grote kloof tussen de inkomens van de top en de basis in onnoemlijk veel bedrijven, en tussen de financiele wereld en veel andere economische en maatschappelijke sectoren. Het gemiddelde loon van topbestuurders is 17 tot 20 keer groter dan dat van gewone werknemers. Een toenemend verticaal verschil is er aan het ontstaan tussen werkenden in vast dienstverband, flexibel werkenden en niet-werkenden. Beide fenomenen schreeuwen zo langzamerhand om een fundamentele herziening van de arbeidsmarkt. Dan is er natuurlijk nog steeds die kloof tussen ontwikkelde en minder en niet ontwikkelde landen. Zelfs binnen Nederland bestaat er een dergelijke kloof. Zo is daar sedert 2006 het aantal armen, naar onze eigen westerse maatstaven  wel te verstaan, gestegen van 850 duizend  naar 1,25 miljoen mensen. Anno 2017 kunnen bijna 300 duizend Nederlandse huishoudens door geldgebrek geen uitgaven doen voor verwarming of kleding, of stellen ze die noodgedwongen uit. En dan is er die absurde mondiale kloof tussen personen. De enkele tientallen gigantisch rijken over de hele wereld bezitten anno 2018 evenveel als de 3,5 miljard armsten, 50% van de wereldbevolking! Ons westerse kapitalistische stelsel, nog steeds buiten het Westen driftig gecopieerd, is gestoeld op de gedachte dat als de economie maar lang genoeg groeit deze ongelijkheid vanzelf verdwijnt. Terwijl dat niet gebeurd. Linkserige economen vinden dat grote ongelijkheid minstens flink verminderd moet worden. Rechtse economen vinden haar juist goed voor de economie en voor het aanwakkeren van talenten,

De inkomens- en vermogensongelijkheid heeft historisch gezien plaatselijk en mondiaal een ongekend niveau bereikt. Ze zijn heel zorgelijk. De hebzucht heeft onverbiddelijk en oogverblindend toegeslagen, hoe hoger in menselijke gelederen, hoe meer. Politiek en regeringen, als ze daar al oog voor hebben, nemen dat voor lief of vinden dat ze daar niets aan kunnen doen of hoeven te doen. Symptomatisch hiervoor zijn de ontwikkelingen op het gebied van de belastingontwijking. Trustkantoren en financiele adviseurs hebben een gigantische industrie kunnen en mogen opbouwen om voor bedrijven en individuele schatrijken de belastinglasten zo klein mogelijk te maken, en belastingconcurrentie is internationaal een belangrijke pijler geworden van politiek en economisch beleid. Op die manier worden onnoemelijk grote bedragen welbewust aan maatschappij en samenleving onttrokken. Minder rijken en armeren daarentegen worden eerder angstig en onzeker. Over de toekomst in het algemeen en die van hun kinderen in het bijzonder, en over de beschikbaarheid van allerlei zaken, zoals pensioenen en voldoende zorg en onderwijs.

De grote inkomens- en vermogensverschillen lijken te moeten onderstrepen en rechtvaardigen dat er van nature nou eenmaal ongelijkheid en ongelijkwaardigheid bestaan en moeten bestaan tussen mensen. In feite vermorzelen ze het feit dat alle mensen juist bij al hun horizontale en verticale verschillen in geaardheden en toerustingen fundamenteel gelijk dan wel gelijkwaardig zijn. Alle grote geestelijke overleveringen hebben dit altijd benadrukt. Maar die overleveringen, die we overigens zelf gestalte hebben gegeven, schijnen merkwaardigerwijs niet te stroken met de donkere zijde van ons mens zijn . En voor zover ze in het vat zijn gegoten van menselijke instituties hebben ze hun eigen inspiratie veelvuldig geweld aangedaan en doen ze dat nog steeds. Er hebben anno 2018 verschillende fundamentele brede maatschappelijke discussies plaats, zoals die over de man-vrouw-verhouding en over het ecologische vraagstuk. Het is de hoogste tijd geworden dat de kwestie van de inkomens- en vermogensongelijkheid, nu een jaar of tien indringend aangekaart, in dit forum wordt opgenomen                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                      *********************                                                                                                                                                                                                 

donderdag 6 september 2018

Spirituele economie - 12. Geld

Ons woordje geld hangt samen met het Nederlandse woord goud en met het Engelse gold. Goud gold eeuwenlang als het edelste metaal en er werd al die tijd veel in goud betaald. In veel talen wordt geld overigens aangeduid met woorden die verwant zijn aan het Engelse money. Dit stamt van het Latijnse moneta, dat geldmunt of stempel betekent, en ook duidt op de plaatsen in het Romeinse rijk destijds waar de Romeinse geldmunten werden geslagen.

Geld is een prachtige vinding. Misschien wel de mooiste materieel economische vinding die we als mensen ooit hebben gedaan. Het is in het tussenmenselijke fysiek-economische verkeer het universele sturingsmiddel bij uitstek. Het vergemakkelijkt de uitwisseling van goederen en diensten en het maakt hun waarden vergelijkbaar.  Bovendien democratiseert het de markten en en maakt het ons tot gelijkwaardige ruilpartners. Helaas zijn de ontwikkelingen in het financiele domein en de bemoeienissen hiermee vanuit andere domeinen ons ons zicht hierop in de loop van de tijd steeds meer gaan ontnemen. Dat zou het wel eens kunnen zijn wat het ons zo vaak moeilijk maakt om goed met geld om te gaan.

Geld is iets materieels: een muntstuk, een geldbiljet, een cheque, een machtigingsformulier, een plastic kaart, of wat dies meer zij. Het zou voor de hand liggen om zo'n fysiek betaalmiddel alleen in te zetten tegen de levering van fysieke goederen en diensten. Maar zo zijn we dat niet gaan doen. Alles zijn we te koop gaan aanbieden, ook psycho-sociale, culturele en spirituele producten en diensten. En waarom ook niet? Waarom zou het geld dat we voor iets geven of ontvangen als tegenprestatie er niet een uitdrukking van kunnen zijn hoezeer in geval het immateriele in het materiele tot uitdrukking is of kan zijn gebracht? Maar een en ander kan vertroebeld raken, vooral als het gaat om geestelijke diensten en waarden. De geschiedenis van met name de religieuze instituties heeft ons dat maar al te vaak laten zien. Twee mechanismen kunnen hierbij in het spel zijn en elkaar versterken. Allereerst de constitutionele neiging in ons om in ons persoonlijke leven het geestelijke te verwaarlozen of te veronachtzamen. Vervolgens het sociale, culture en filosofische materialisme van de 18e, 19e en 20e eeuw waardoor de spanning en samenhang van het materiele en het immateriele nogal eens in het ongerede zijn geraakt.

Niet alleen de financiele instituties en de overheden hebben hierin hun verantwoordelijkheid. Ook wijzelf als consumenten. Alle drie lopen we de vraag naar wat geld eigenlijk is en wat de functie er van is in denken, spreken en handelen maar al te gemakkelijk stelselmatig onder de voet. Niettemin kan de creativiteit die anno 2018 her en der aan de dag wordt gelegd als het gaat om de bezinning op en de opvang van de planeetcrisis ons enige hoop bieden dat ook financiele bewustwording mogelijk is.

dinsdag 17 juli 2018

Spirituele economie - 11. Werk en werkeloosheid

Zo kunnen, mogen en moeten we in het totale veld van spirituele actie drie werkvelden onderkennen. Ten eerste het rijk geschakeerde fysieke of economische veld. Ten tweede het al even diverse civiele veld. Dit civiele veld is is afgeleid van en dient ter ondersteuning van het economische veld  In het gebruikelijke economische betoog worden beide velden dan ook vaak te samen genomen. Ten derde is er het geestelijke veld dat de inspiratieve grond is voor het economische en civiele. Er is sprake van een soort van hierarchische ordening met het fysieke veld bovenaan. Het gaat immers uiteindelijk allemaal om de bevordering van het fysieke en economische omdat alle mensen te samen met alle levende wezens allereerst daarvan afhankelijk zijn en daarin weer door en door van elkaar afhankelijk. Tegelijk zijn de drie velden gelijkwaardig. Want ze doordringen elkaar en staan ook elkaar ten dienste. De mensheidsgeschiedenis staat bol van de verdraaiingen en conflicten in deze. Zeker de Atlantische geschiedenis. Eeuwen lang en zeker sedert Plato in de 4e eeuw BCE heeft bij voorbeeld het geestelijke veld in positie en waardering aan de top gestaan. Sedert Marx in de 19e eeuw CE heeft het veld van de economisch actieven en met name de minder vermogenden daarin dit vaandel proberen over te nemen, met naar het zich laat aanzien een twijfelachtig effect en succes.

Uit oogpunt van spirituele actie is er sprake van werk en niet-werk, of van werk en werkloosheid, of van werk en bedrijvigheid. Werk is alle individuele bedrijvigheid in welk werkveld dan ook die overeenstemt met  wat ieder van ons eigenlijk uit oogpunt van persoonlijke bestemming te doen staat. bedrijvigheid is alle bedrijvigheid die dat niet doet. Hier draait voor ons mensen als spiritueel actieve wezens alles om. Hierin ook kunnen we ons persoonlijk en collectief grandioos voor de gek houden en elkaar te kort doen. Wie betaald en wie weet zelfs goed betaald bedrijvig is kan denken of geacht worden dat hij of zij aan het werk is. Wie gedwongen of uit overmacht niet tegen vergoeding bedrijvig is kan denken of geacht worden tot werkloosheid  gedoemd of vervallen te zijn. Of we hebben wel werk in de gebruikelijke zin van het woord, maar dan in een veld of op een gebied dat eigenlijk het onze niet is, of we zijn uit noodzaak of dwang of onwetendheid bedrijvig op een manier die de onze niet is. 

Doorgaans brengen we werk en werkloosheid vooral met fysieke  of economische werkzaamheid en inactiviteit in verband. Maar de scheidslijn ligt niet tussen de hierarchisch gelaagde velden  De scheidslijn zit hem in de intentie waarmee we bedrijvig zijn en dus al dan niet aan her werk. Maar zeker is die scheidslijn en de opheffing daarvan in het fysieke of economische veld van doorslaggevende betekenis. We kunnen sacrale en profane economie bedrijven. De sacrale economie is gebaseerd op spirituele economische waarden. De profane economie is de economie van de berekening. Het zou een misverstand zijn te denken dat dit een zaak van of-of is en van  goed en fout. Maar dit misverstand heerst alom, met minachting voor het sacrale als gebruikelijke uitkomst. Beide economieen hebben elkaar echter nodig. De berekenende economie kan niet tot volle en evenwichtige wasdom komen zonder het spirituele. De spirituele economie kan slechts tot gelding komen in een bewuste berekenende economie. Deze verhouding is niet zozeer een doel maar een weg, niet zozeer een eindpunt, maar een steeds verschuivende einder. Maar pas in een dergelijke verhouding wordt de weg geopend voor volledige werkgelegenheid, waarin alle mensen hun gezamenlijke bestemming en persoonlijke opdrachten kunnen ontdekken en verwerkelijken en daarin ook elkaar kunnen bevestigen.


dinsdag 29 mei 2018

Spirituele economie - 10. Werk

Van werken is sprake als we bezig zijn met wat ons van moment tot moment persoonlijk te doen staat. Werken is op eigen persoonlijke wijze gevolg geven aan de gezamenlijke bestemming die alle mensen met elkaar delen om het immateriele in het materiele tot uitdrukking te brengen. Het is de bedoeling van ons menselijk actief zijn dat alles wat we doen en de manier waarop we dat doen stroken met onze persoonlijke opdrachten. Maar het is ook maar al te zeer eigen aan ons menselijk actief zijn dat wat we op gegeven moment doen en de manieren waarop we dan bezig zijn niet stroken met onze persoonlijke opdrachten. Vaak zijn we wel bedrijvig, maar niet aan het werk. We kunnen in de gebruikelijke zin werkloos zijn maar ook in spirituele zin. Het is onze persoonlijk spirituele verantwoordelijkheid er voortdurend voor te zorgen dat al onze bedrijvigheden en de manieren waarop we ze verrichten samenvallen met wat ons telkens weer te doen staat. Dit vraagt van ons levenslang niet aflatend onderzoek met de vinger aan de pols. Wat staat mij telkens weer te doe, en hoe, en in welke mate komen wat ik op gegeven moment doe alsmede de manier waarop wel of niet overeen met wat mij persoonlijk te doen staat? De antwoorden op deze vragen druk ik uit in evenzovele intenties.We doen dat te weinig, ons afvragen wat we hier en nu eigenlijk te doen hebben en of wat we nu feitelijk doen daar mee overeenkomt.

Wat te doen? We zijn sterk geneigd geraakt om werk gelijk te stellen aan economisch werk voor de bevolkingsgroepen tussen 15 en 75 jaar. Dat is begrijpelijk. Gezien het spirituele primaat van het economische domein, of gezien  de geschiedenis van de economie als topprioriteit op de publieke agenda. Maar niet iedereen hoeft allereerst een economische opdracht te hebben in het leven of in een bepaalde levensfase. Dat kan net zo goed een maatschappelijke of culturele opdracht zijn. We hebben ook een lange geschiedenis van onderwaardering van bezigheden in de persoonlijke levenssfeer. Zo zijn hobbies maar hobbies en hebben zij niets met werk van doen. Dat geldt net zo vaak ook voor huishoudelijke bezigheden. Het aanrecht is berucht geworden. De hond uitlaten of mijn kind naar bed brengen kunnen evenzeer mijn werk zijn als, en misschien nog wel meer dan, mijn in- of verkoopactie voor mijn bedrijf. We lopen trouwens het risico te veronachtzamen dat we voortdurend veel domeinen van spirituele actie bestrijken en hebben te bestrijken, zo niet alle, zij het in verschillende maten en met eigen prioriteiten. Het kan ook voortdurend wisselen en verschuiven van de kortere tot op de langere termijn.

Hoe moet ik dat doen? Dat is een vraag met veel subvragen. Mogelijk in twee hoofdlijnen: in welke vormen, en onder welke condities? Werkvormen die zich kunnen aandienen zijn: ondernemen, toezicht houden, leiden en managen, uitvoerend werkzaam zijn, vrijwilligerschap, actief lidmaatschap, professionele beroepsuitoefening, en persoonlijk dan wel digitaal netwerken. Belangrijke condities die in het spel kunnen zijn: beloning, bekwaamheid, verbintenis, en tijdsperspectief. Moet of mag ik wel of niet tegenprestaties verwachten in de vorm van vergoedingen, uitkeringen of sponsoring? Ben ik voor wat mij te doen staat voldoende toegerust en hoe zorg ik er eventueel voor dat ik dat wel ben. Doe ik mijn werk krachtens formelere overeenkomsten en afspraken, of meer informeel en in meer stilzwijgende afstemming. Geldt mijn opdracht voor kortere termijn of als project, dan wel voor de lange termijn of zelfs levenslang? Naast deze twee hoofdlijnen geldt natuurlijk de kwaliteitsvraag: ik hoor altijd alles zo goed mogelijk en naar vermogen te doen.

Werk in spirituele zin houdt nog iets in. Wij zijn namelijk niet alleen deelnemers aan en consumenten binnen een of meerdere domeinen in het totale veld van spirituele actie. Wij zijn mogelijk ook bijdragers en mede-ontwikkelaars daarvan. Wij kunnen werken in het besef dat we het betreffende domein verder kunnen ontwikkelen dan wel er afbreuk aan kunnen doen. Als ik mijn tuin verzorg dan ben ik agrarisch bezig en heb ik een kans te zorgen voor insectenvriendelijke begroeiing. Als ik het reisformulier van de reisorganisatie goed invul dan kan ik de opzet van de reis die ik heb meegemaakt voor anderen verbeteren.

zondag 6 mei 2018

Spirituele economie - 9. Het fysieke domein

De eigenlijke economie dus! Het domein bij uitstek in het hele veld van spirituele actie! Het is de moeite waard, hoe tricky ook, om te zien hoe met name dit domein wat specifieker in kaart te brengen is.

We kunnen de contouren ontwaren van een groot aantal omvangrijke moeilijk uitputtend op te sommen werkgebieden. Landbouw en veeteelt, bosbouw en waterbouw, visserij, mijnbouw, de wereld van de ambachten en het ingenieurschap, de bouw, handel en marktwezen,winkelnering, logistiek en transport, het geldwezen, de industrie, fysieke advisering en dienstverlening , en ict. In de aardrijkskundeboekjes van wat voorheen de lagere school was werd met achteraf gezien spiritueel economische diepgang gesproken van middelen van bestaan. In bovenstaande opsomming zit een historische lijn al is die bepaald niet lineair. We begonnen ooit agrarisch. Het jagen en verzamelen ging daar weliswaar nog aan vooraf. Maar dit werkgebied, dat vergeleken met de genoemde werkgebieden evolutionair gezien verreweg het langst heeft geduurd, is in de andere gebieden opgegaan.

Ook hier kan het verstarrend werken om van werkgebieden te spreken. Dat geeft te veel de indruk van een plat speelterrein met afpalende belijningen en markeringen. Het gaat eerder om een economische ontwikkelingsgang vol deelprocessen die wel globaal en in de tijd gezien na elkaar hun start hebben genomen maar die door zijn blijven evolueren, zich op elkaar zijn gaan stapelen en elkaar meer en meer zijn gaan doordringen.

Lang niet allemaal zijn we actief werkzaam in het fysieke domein. Wie dat wel zijn, van hoog tot laag in de betreffende rangen en standen, hebben een grote en belangrijke verantwoordelijkheid. Niet alleen zijn de economisch actieven van elkaar afhankelijk. Ook en met name is het bestaan van allen die binnen de de andere domeinen opereren van de economisch actieven afhankelijk. Deze dubbele afhankelijkheidsverhouding wordt ternauwernood onderkend en heel vaak met voeten betreden. Bekend is de opstelling van de financiele wereld in aanloop naar, tijdens en in vervolg op de financiele crisis sedert 2007. In die wereld zijn met name de hogere gezagskringen volkomen bevangen geraakt door een ook nog eens slecht begrepen eigen belang op de korte termijn. Daar is voldoende op gewezen door serieus te nemen opinieleiders. Ook de recente ontwikkelingen op het gebied van werkgelegenheid getuigen van de ontkenning van de betekenis van het fysieke domein. Aan werkgelegenheid is er nominaal gezien geen gebrek maar van waardige werkgelegenheid is steeds minder sprake. Getuige de ontwikkelingen in het wel en wee van het als maar groeiende leger zzp'rs, deel- en tijdelijke contractanten en uitzendwerkers.

Als consumenten hebben we natuurlijk allemaal deel aan het fysieke domein en hebben we er  ook invloed op. Die deelname en invloed kunnen niet bewust en waardig genoeg zijn. Helaas is ook hier nog een wereld te winnen. De huidige planeetcrisis is mede toe te schrijven aan ontaard consumentisme.
Waardige actieve en ontvangende deelname aan het fysieke domein vragen om het besef dat het fysieke domein bij uitstek het domein is waar alle mensen samen het immateriele in het materiele tot uitdrukking mogen, kunnen en moeten brengen.

maandag 23 april 2018

Spirituele economie 8 - Het veld van spirituele actie

Wij mensen doen in een ding met alle andere levende wezens mee. Want ook wij bewegen ons in, maken gebruik van en grijpen in in de materiele werkelijkheid. Dat is allemaal economie, economie in de ruimste zin. Een spirituele economie is een economie van mensen waarin alle deelnemers doordrongen zijn van het besef van deze universele participatie en daar hun verantwoordelijkheid voor en in nemen. Nu geven we als mensen aan al dat bewegen, gebruik maken en ingrijpen wel een eigen vorm.  Die eigen menselijke vorm is van begin af aan complex. Ze is sedertdien in haar grondtrekken gelijk gebleven maar wel als maar complexer aan het worden en in die zin als maar aan het veranderen. Hierin verschillen wij mensen wezenlijk van alle andere wezens.. Wij bewegen ons, maken gebruik en en grijpen in middels een veld dat zich differentieert in domeinen, panelen zo men wil, die wel re onderscheiden zijn maar niet te scheiden en die elkaar steeds in wisselende maten doordringen, als telkens verschuivende en anders in elkaar schuivende  panelen.

Allereerst is er het fysieke domein, het domein dat we doorgaans economie noemen. Daarin gaat het om het bedenken, ontwikkelen, maken, toelichten, beheren, promoten, distribueren en ge-,  verbruiken en weer hergebruiken van fysieke producten. Die fysieke producten zijn cruciaal voor ons om te leven, te overleven en van ons bestaan te genieten.  De mensen die werken in fabrieken en werkplaatsen, op agrarische gronden, in civiele diensten  of bij voorbeeld in horecagelegenheden zijn de economen bij uitstek. Als gebruikers en als ver- en hergebruikers in onze huishoudens zijn we dat allemaal. Het fysieke domein is het spirituele domein  bij uitstek. Nergens komt de menselijke opdracht om het immateriele in het materiele tot uitdrukking te brengen zo direct, concreet en ondubbelzinnig tot tot gelding.

Dan zijn er de domeinen, in ieder geval vier, die de voorwaarden moeten scheppen om het fysieke domein goed te laten functioneren en er voor zorgen dat het goed functioneert. Zo is er het psycho-sociale domein, waarin biedend en ontvangend wordt gewerkt aan gezondheid, welzijn en geluk. Zodat we in staat zijn deel te nemen aan het fysieke domein. In het maatschappelijke domein wordt het functioneren van het fysieke domein structureel bewaakt en worden voor het verbeteren daarvan  suggesties ontwikkeld , uitgeprobeerd, bijgesteld, gesanctioneerd en bewaakt. Het is de wereld van o.a. de meest uiteenlopende overheidsinstanties en van de grote diversiteit aan publieke en private en grote en kleine adviesinstellingen. Het culturele domein, de wereld van in ieder geval de kunsten en van het onderwijs, leert ons het fysieke op zijn waarden te schatten en er verantwoord mee om te gaan. Last but not least is er het geestelijke domein, van ouds het terrein van kerken en religieuze instituties. Zij hebben er altijd op toegezien en er aan bijgedragen dat ons besef van onze menselijke opdracht om het immateriele in het materiele tot uitdrukking te brengen tot leven komt, levend blijft, en zich verdiept en intensiveert.

Het is eigenlijk verwarrend en verstarrend te spreken van domeinen.of bv. instanties en zelfs van panelen. Eerder zouden we kunnen denken aan een deeltjesversneller, waarin ieder van ons een rondsnellend deelrje is en de verschillende domeinen eerder zich door elkaar wervelende banen zijn..
We hebben deel aan een vitale en gelaagde economie waarin alles en allen voortdurend met elkaar in betrekking staan en op elkaar inwerken.  Waarin het economisch het niet-economisch raakt en het niet-economische evenzeer het economische.

zondag 1 april 2018

Spirituele economie - 7. Winst

Naast groei of in ieder geval vlak daaronder in de lijst van overkoepelende economische waarden troont winst. Winst is meer dan groei een uitgesproken financieel idee. Winst is geldelijk gewin. Als het om niet geldelijk gewin gaat spreken we eerder van profijt. Winst is dan het positieve verschil tussen geldelijke uitgaven en inkomsten. Winst staat ten dienste van groei, vooral van ontwikkeling. Voor groei en ontwikkeling is veel geld nodig en dus ook veel winst. Daaraan danken de financiele markten hun bestaan en, afhankelijk van wat ze doen en nalaten en van de manier waarop, ook hun bestaansrecht. De crisis van 2007 heeft ons laten zien dat dit bestaan en dit bestaansrecht niet zonder meer samenvallen, en dat dat bestaansrecht zelfs ondergraven kan worden.

Wat er moet groeien en wie er moet of moeten groeien in welke opzicht of welke opzichten, dat is de grote vraag. Afhankelijk van het antwoord of de antwoorden hierop hebben winst en vooral het streven naar en de inzet van winst hun positieve of negatieve betekenis, economisch of anderszins. Winst dient ten goede te komen van een onderneming als geheel en van al haar stakeholders voor zover dezen bijdragen of kunnen bijdragen aan de voortgang en de vooruitgang van die onderneming en voor zover in hen geinvesteerd moet worden om die bijdragen te kunnen leveren. En de onderneming op haar beurt staat ten dienste aan de voortgang en de vooruitgang van de samenleving als geheel dan wel van het economische of van een ander domein binnen de samenleving. We hebben van doen met een nauw verstrengelde belangenketen: groei - winst - onderneming - stakeholders - samenleving. Die keten wordt maar al te vaak grootscheeps uit het oog verloren en veronachtzaamd. Veel vaker dan geweten wordt of geweten wil worden.

Winst wordt vaak losgekoppeld van groei en ontwikkeling, wordt een doel op zichzelf, wordt op oneigenlijke wijze toegeeigend door bepaalde betrokken partijen. Door veel ondernemingen wordt winst niet of te weinig ingezet voor de onderneming zelf of onttrokken aan een of meer van de bijdragende partijen. Er wordt misbruik gemaakt van de complexiteit  van en de onderlinge verstrengelingen binnen het economische domeinen en de samenleving als geheel. Het wordt echt de hoogste tijd om ons persoonlijk en gezamenlijk opnieuw te bezinnen op de vragen: wat is winst, waartoe dient winst, aan wie en aan wat moet de winst toekomen? De goede en de juiste richtingaanduidende antwoorden zijn ons vanuit de boekjes en het gedachtegoed van toonaangevende opinieleiders ruimschoots bekend. Het ontbreekt ten enen male aan de praktische inzet van deze antwoorden. Er is in deze nog een wereld te winnen.

woensdag 14 maart 2018

Spirituele economie - 6. Groei

Groei is in de loop van de tijd absoluut boven aan komen staan op de ranglijst van westerse economische waarden. Alles moet groeien. Winst, omzet, eigendom, kapitaal, aandelenkoers, creditportefeuille, productie, technologie, effectiviteit en efficiency, inkomen, werkgelegenheid. Sinds de economische crisis van de jaren dertig in de 20e eeuw moet zelfs schuld groeien al is dit dan wel iets meer omstreden. Wat niet groeit deugt niet en de groei van het een is afhankelijk geworden van de groei van het ander.
De groeigedachte heeft de mensheid in haar wurggreep gekregen. Ze is na WO-II ook overgeslagen naar het psyco-sociale domein. Wij mensen zelf moeten groeien. Tegen de klippen op. Steeds meer weten en kunnen, ons alsmaar ontplooien, succes na succes behalen op steeds meer terreinen, gezonder en gezonder worden, alsmaar meer levensjaren en welvaart en welzijn opstapelen, en meer en meer behoeften aankweken en bevredigen.

De gedachte van en behoefte aan economische groei heeft een natuurhistorische basis. Want wij mensen zijn sedert onheuglijke tijden als succesvolste overlevers onder alle dieren in aantal alleen maar gegroeid. Steeds meer mensen moesten derhalve worden gevoed en gekleed en in van alles worden voorzien. De laatste twee eeuwen gaat het hard. Anno 1800 leefden er 1 miljard mensen op aarde, In 1950 waren dat er 2 miljard en de verwachting is dat we in 2050 met in ieder geval 5 miljard zullen zijn. Onze lange natuurhistorische groeigeschiedenis heeft geleid tot een groeineurose. Het wordt een serieuze vraag of planeet aarde onze uit de kluiten gewassen bruto productdictaten nog wel aan gaat kunnen.
Bovenop die natuurhistorische basis heeft zich een cultuurhistorische basis gestapeld, namelijk het groeiende overwicht van het kwantitatieve denken en doen boven het kwalitatieve. Veel en meer produceren en dienst verlenen is belangrijker geworden dan goed en beter en dat goed en beter is steeds meer ingekleurd geraakt door dat veel en meer. De natuurhistorische groei is van ouds een mondiaal gegeven. Maar de cultuurhistorische groeigedachte is een uitgesproken westerse erfenis, die zich vanuit het noord-westelijke halfrond over de hele globe heeft verbreid. Het kwantitatieve denken en doen zal ongetwijfeld een positieve verworvenheid zijn maar is in ieder geval een onmisbare mentale pendant gebleken om aan de natuurhistorische vereisten in voldoende mate tegemoet te kunnen blijven komen. De planeetcrisis die zich in onze tijd zo pregnant aandient laat zien dat onze dubbele collectieve levens- en overlevingsbasis fundamenteel aan herziening toe is.

Hoe kunnen we dat ter hand nemen? Het bovenstaande wijst in twee richtingen; bevolkingspolitiek en -cultuur, en ombuiging van de gedachte van economische groei.
De aarde raakt overbevolkt, zeker buiten Europa. Dat vraagt om een internationale bevolkingspolitiek, die natuurlijk vooral op Afrika en Azie gericht zal moeten zijn maar ook van Europa een inspirerende input zal vragen. Maar het vraagt ook om een nieuwe orientatie op procreatie. Als dieren willen we ons voortplanten. Mens zijn betekent van ouds het recht en de plicht om vader en moeder te zijn, om vader en moeder te moeten en te willen zijn. Het individuele onvermijdelijke en wenselijke ouderschap is aan herziening toe. Dit grijpt diep in in alle persoonlijke levens. Ook in ons eigen Westen.
Daarnaast moet kwantitatieve groei plaats gaan maken voor kwalitatieve groei. En groei voor ontwikkeling. Ontwikkeling is een complexe zaak. Invalshoek zou kunnen zijn om ons continu bij al onze productie en dienstverlening gezamenlijk en individueel af te vragen welke baten we daarbij op wat voor manier feitelijk nastreven en en welke we zouden moeten nastreven, en hoe dan. De antwoorden op deze vragen zijn telkens weer belangrijk maar belangrijker zijn de voortdurende herziening van die antwoorden en vooral een niet aflatende gesteldheid van het oprechte en integrale vragen zelf. Hier komen de al eerder besproken spirituele centrale waarden weer om de hoek kijken.

donderdag 22 februari 2018

Spirituele economie - 5.Spirituele economische waarden

In lijn met een aantal grote geestelijke overleveringen zijn dat er drie. Ik duidt ze graag aan als: wijsheid, openheid en respect. Twee overleveringen met name dienen mij tot model. De eerste is het Christendom. De stichter daarvan, de apostel Paulus, heeft het over geloof, hoop en liefde. Dat zijn in termen van de christelijke deugdenleer de drie goddelijke deugden. De tweede overlevering is het Boeddhisme. De Boeddha spreekt van inzicht, onthechtheid en compassie.  Wijsheid, geloof en inzicht corresponderen duidelijk met elkaar, evenals respect, liefde, en compassie. De parallellie  tussen openheid, hoop en onthechtheid is minder eenduidig. En compassie is een verhaal apart. In het Sanskriet, de taal van de Boeddha, heet zij Karuna. Dit woord is onvertaalbaar omdat de stam ervan niet bekend is. Volgens ter zake kundigen heeft het te maken met overvloeien en met altruisme ten opzichte van alle levende wezens, van alles dat bestaat zelfs, en niet alleen met verhoudingen tussen mensen.

Wijsheid. Bij wijsheid gaat het niet op de eerste plaats om redelijkheid en verstandigheid als persoonlijke kwaliteiten. Zij heeft veeleer van doen met het verbindend vermogen van eerlijk, waarheidsgetrouw en onvoorwaardelijk overleg en verstandhouden. Wijsheid is denken, spreken en handelen vanuit het besef dat elke wetenschap en visie en elk vermogen waarover we beschikken en die objectief en onomstootbaar lijken toch maar betrekkelijk zijn. Zij betreft de bereidheid en het vermogen om van moment tot moment te denken, te spreken en te handelen vanuit de erkenning dat we niet alles weten en niet alles kunnen. Tegelijkertijd en daartegenover is de wijze mens bereid en in staat om eigen kennis en vermogens en die van anderen niet onder de korenmaat te stoppen, uit bij voorbeeld onzekerheid, angst, luiheid of jaloezie. De wijze komt er ook voor uit draagt er ook zorg voor dat op gegeven moment bepaalde zienswijzen en kundigheden tot gelding mogen en zelfs moeten komen uit meer gezamenlijk belang. Wijsheid is besliste bescheidenheid.

Openheid. Openheid betreft de bereidheid en het vermogen om het individuele en collectieve egoisme dat ons doorgaans zo in zijn greep kan houden volledig los te laten of in ieder geval zo lang mogelijk op te schorten. Egoisme richt zich op het eigenbelang en meestal ook op de korte termijn. Eigen belang en korte termijn zijn legitieme referentiepunten. Maar uiteindelijk kan het daar niet bij blijven. Hoe zou openheid kunnen werken? Op micro-, meso- en macroniveau is een drieslag denkbaar. Allereerst stellen betrokkenen zich de vraag: wat willen we voor onszelf bereiken met waar we nu mee bezig en over aan het besluiten zijn? Vervolgens: welke anderen hebben hier iets aan of juist niet aan en wat zijn hiervan voor hen op welke termijn de positieve en negatieve effecten? Zo ontstaan ten derde allerlei plus- en min-balansen. Zorgvuldig worden ze tegen elkaar afgewogen en verwerkt. Het is dan heel goed mogelijk dat een andere optiek opdaagt of dat het eigenbelang in een nieuw daglicht komt te staan. Openheid is de kalibrerende pendelbeweging tussen ik en de ander en tussen wij en de anderen, een uitgebreide en aandachtige manier ook van tot tien tellen. Het verrassende zicht kan tot stand komen dat er meer aan de orde is en dat er meer op het spel staat dan waarop betrokkenen geneigd zijn zich te focussen.

Respect. Bij respect gaat het om de bereidheid en het vermogen te herkennen en te erkennen dat alles en iedereen ons allereerst alleen maar gegeven zijn, en niet door ons gemaakt en niet in ons bezit. Voorop staat verwondering. Verwondering dat alles en iedereen er zo maar zijn en zo maar functioneren. We nemen afstand van de vraag hoe dat komt en wat er aan en mee gedaan kan of moet worden en we nemen afstaand van de overtuiging dat er iets aan en mee gedaan kan of moet worden. Het gaat niet alleen over en om mensen en shareholders. Respect is ook ontzag en liefde voor de globe en het milieu, voor materialen, grondstoffen,en producten, voor informaties, technieken en  methoden, voor regelingen, beleidsplannen en wetten. Respect doet overigens geen afbreuk aan de noodzaak om op gegeven moment iets te doen of te laten, om iets of iemand in bepaalde opzichten goed- of af te keuren, of om met of over mensen voor hen aangename of onaangename beslissingen te nemen.

Wijsheid, openheid en respect vloeien in elkaar over. Ze zijn niet te scheiden. Ze voeden elkaar.

Dat geldt trouwens ook voor hun tegendelen. Een dramatische economische casus in Nederland laat ons dat zien. Dat is de geschiedenis van het Groningse gas. Daar zijn bij voorbeeld onwetendheid, partijdigheid en onachtzaamheid aan de orde van de dag geweest,  en nog steeds. Gezamenlijke verdieping in die casus zou ons veel kunnen leren over de spiritualisering van de economie.


vrijdag 2 februari 2018

Spirituele economie - 4. Economische waarden

In het gebruikelijke economische denken, praten en doen bezigen we nogal eens graag gewichtige termen terwijl we er iets heel gewoons mee bedoelen. Bij voorbeeld de notie "waarde". Laatst konden we in een krant een overigens puntig commentaar tegenkomen waarin de aandeelhouder van tegenwoordig op de korrel werd genomen. Die aandeelhouders, en in hun kielzog hun ondernemingsbestuurders, zouden enkel in bedrijfsovernames geinteresseerd zijn en dus enkel in de prijs per aandeel, en niet in het scheppen van economische waarde. Helaas stond er niet bij wat dat dan is. Met "waarde" bedoelen we doorgaans "prijs", of: geldwaarde. Zoals de prijs van een huis of  van een edel metaal. Maar er zijn naast prijs veel economische waarden. Zoals: winst, groei, kapitaal, effectiviteit en efficiency, kosten en baten, markt en marktfunctioneren, arbeid en werkgelegenheid, arbeidsomstandigheden, inkomen en beloning, bezit en eigendom, en niet te vergeten: welvaart. Het is niet eenvoudig hier een steekhoudende en complete systematiek van te geven. We doen er ook weinig ons best meer voor. Economische waarden als boven genoemd haken daarvoor waarschijnlijk te veel in elkaar in. Iedereen ook, van economisch hoog tot laag, denkt, praat en doet graag vanuit een eigen straatje en een eigen beperkt stramien.

Sinds het primaat van de economie en het liberale reveil hebben we het ons steeds meer eigen gemaakt om economische waarden in cijfers en met name in financiele cijfers uit te drukken. Economische instituten als het Nederlandse CBS en het mondiale IMF zijn hierin voorop gaan lopen. We willen het economische immers beheersbaar maken en houden. Helaas is dat minder eenduidig dan instituten als de genoemde ons suggereren. Economische waarden  zijn immers niet alleen in elkaar verstrengeld. Ze hangen ook nauw samen met minder- of niet-economische waarden, met name met psycho-sociale waarden. Zoals: behoefte en behoeftebevrediging, klantvriendelijkheid, klanttevredenheid, ontplooiing en zelfverwerkelijking, succes, eigen en andermans belang, welzijn, en momenteel niet te vergeten: planeetbehoud. Ook in deze kennen we geen systematiek waar we voldoende ons best voor doen. Het veelomvattende motto "People, Planet, Profit" is al weer van de spandoeken verdwenen. Het is overigens een gelukkige ontwikkeling dat planeetbehoud als waarde duidelijk terrein wint. Dat is dan natuurlijk vooral uit oogpunt van bescherming tegen de gevolgen van de zogenaamde klimaatverandering, die we nota bene zelf veroorzaken, en nauwelijks of niet uit eerbied voor de planeet zelf. Al kan die zelfbeschermingsoptie zeker een goed begin zijn.

Het vernuft en de intensiteit waarmee corruptie en fraude worden gepleegd, niet alleen in de economie maar wel vooral daar, kunnen ons doen concluderen dat we hier te maken hebben met een gebied van negatieve economische waarden zoals zelfverrijking en economische machtstoeeigening. Berichtgevingen over belastingontduiking en -ontwijking gunnen ons daar regelmatig een blik op. De economie raakt dan ook meer dan ons lief is nauw aan geestelijke waarden. Belangrijke op de economie betrokken geestelijke waarden zijn: wijsheid, openheid en respect.

maandag 15 januari 2018

Spirituele economie - 3: Veld van spirituele actie

Spirituele actie is een van de twee steunpilaren van spiritualiteit, naast contemplatie. Contemplatie is voortdurend aandacht ontwikkelen voor en aandacht geven aan, en onophoudelijk vertrouwen kweken en blijven koesteren in het mysterie van de werkelijkheid. Dat mysterie is de spanningsvolle samenhang tussen de materiele en de immateriele werkelijkheid en tussen het kosmische en het menselijke karma. Spirituele actie is het niet aflatend medewerken met en bijdragen aan dat mysterie. In een vorig blog ben ik daar uitvoeriger op in gegaan.

Het gaat eigenlijk niet om twee zuilen naast elkaar. We moeten eerder denken aan twee naar elkaar toe welvende en zo een doorgangspoort vormende pilasters. Nog beter is het iets minder elegante beeld van een obilisk met stut. Spirituele actie is dan de omhoog wijzende obilisk, gesteund door een kruisbeer, de contemplatie. Of het beeld van een oprijzende kathedraal, het bouwwerk van spirituele actie, geschraagd door een omringende galerij van kruisberen, het geheel van de contemplatieve beoefening. De laatste twee beelden hebben te maken met het vraagstuk van de verhouding tussen actie en comtemplatie. De grote religieuze overleveringen hebben,wat boud beweerd, overwegend de nadruk gelegd op contemplatie, vaak zelfs religie aan contemplatie gelijkgesteld, en spirituele actie veronachtzaamd. Zulks vanwege een grote verlegenheid met met name de materiele werkelijkheid. Het spirituele vraagstuk van de verhouding tussen actie en contemplatie is in de religieuze geschiedenis te weinig doordacht. Dit heeft ons geen goed gedaan. De problemen van onze tijd, met het planeetvraagstuk als verreweg het grootste probleem, hangen met die verwaarlozing samen. Ik pleit dus voor het primaat van spirituele actie. Zeker nu.

Wat heeft dit met economie te maken? Wel, economie is een veld, zo niet het veld bij uitstek, van spirituele actie. Wij zijn geroepen tot spirituele actie, om het immateriele in het materiele tot uitdrukking te brengen. Economie heeft hier alle mee van doen. Er zijn meer velden van spirituele actie.  Economie is het veld van het ontwerpen, produceren, distribueren en consumeren van fysieke en psychsociale goederen en diensten ten behoeve van het leven en overleven van en van het genieten door mens en medemens. Bepaald een forse ingreep in de materiele werkelijkheid. Wij zijn in de loop van de tijd, al veel eerder zelfs dan toen we economie prioriteit zijn gaan geven in het publieke domein, dit veld volledig van het immateriele los gaan koppelen. De religieuze tradities hebben daar fiks aan mee gedaan, zo niet er het voortouw in genomen.
Het wordt tijd om op onze schreden terug te keren. De economie moet weer boven aan de publieke agenda komen te staan, maar dan vanuit een heel andere intentie.